Jo Debije ( 1957) schildert. Als 4-jarige gaat hij zo op in het tekenen van heksen en wilde dieren dat hij schrikt van zijn eigen schaduw. Als hij 13 is, verongelukt zijn broer, 16 jaar oud. Het tekenen en schilderen tilt hem uit het alledaagse. Als 18-jarige wil hij naar de kunstacademie. Zijn ouders zien daar geen brood in en het wordt de studie ergotherapie. Het schilderen blijft zijn grote passie en hij schildert in de vrije uren tussen uiteenlopende bezigheden als het werken in een kindertehuis, marktkoopman en coach in de commerciële sector door. Midden dertig, tijdens de crisis van achtereenvolgens een faillissement, een scheiding en een brand, beginnen zijn productieve jaren met een zoektocht naar Oer.
“Oer is het begin van alles, de oorsprong, de ziel. Ik wilde zo weinig mogelijk denken en dicht bij de materialen blijven. Ik maakte zelf verf van natuurlijke materialen, schilderde naakt met een walkman op m’n kop, kliederde, smeet en sneed in de doeken. Het waren lange processen, waarbij ik materiaal liet verweren buiten in de zon en regen.
In veel schilderijen komt een weg of pad terug. Ik ben geïntrigeerd door het pad dat de mens loopt. Welk pad kies je, of welk pad kiest jou? Sommige mensen komen niets tegen op hun pad, bij anderen zit hun weg vol bulten. Op de onderlaag schilder ik al die mogelijkheden, de bovenlaag verraadt de keuze.
mannen van nu 2011
Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door schoonheid. Tegenwoordig wil ik in mijn schilderijen de zwaarte niet meer laten overheersen. Ik wil warmte en liefde in de huiskamer brengen. Maar hoe mooi een schilderij er op het eerste gezicht ook uitziet, er gaat altijd een worsteling aan vooraf. Die worsteling vecht ik uit op de ondergrond. Ik werk met lagen. De eerste laag is vaak chaotisch, vertegenwoordigt de turbulentie van het leven. Daaroverheen schilder ik dan het uiteindelijke schilderij. Als je goed kijkt, zie je de ondergrond er nog doorheen schemeren. Ondanks de zwaarte en de pijn die bij het leven hoort, overwint de schoonheid en de liefde.”Tekst - juni 2011 - Judith van der Graaf
