Over het ontstaan van de verfdingen

Jo Debije (Hillishagen, 1957) schildert. Als 4-jarige gaat hij zo op in het tekenen van heksen en wilde dieren dat hij schrikt van zijn eigen schaduw. Als hij 13 is, verongelukt zijn broer, 16 jaar oud, en …(schildert het verdriet van zich af??). Het tekenen en schilderen tilt hem uit het alledaagse. Als 18-jarige wil hij naar de kunstacademie. Zijn ouders zien daar geen brood in en het wordt de studie ergotherapie. Het schilderen blijft zijn grote passie en hij schildert in de vrije uren tussen uiteenlopende bezigheden als het werken in een kindertehuis, marktkoopman en coach in de commerciële sector door. Midden dertig, tijdens de crisis van achtereenvolgens een faillissement, een scheiding en een brand, als bijstandvader met twee jonge kinderen thuis, beginnen zijn productieve jaren met een zoektocht naar Oer.

 

“Oer is het begin van alles, de oorsprong, de ziel. Ik wilde zo weinig mogelijk denken en dicht bij de materialen blijven. Ik maakte zelf verf van natuurlijke materialen, schilderde naakt met een walkman op m’n kop, kliederde, smeet en sneed in de doeken. Het waren lange processen, waarbij ik materiaal liet verweren buiten in de zon en regen. ’s Ochtends zwaaide ik mijn kinderen uit naar school en dan ging ik aan de slag. Een van mijn series heette De bijstandsvader, een verslagen meneer.


Uit verdriet en pijn ontstaan de mooiste dingen. Als ik in een crisis zit ben ik eerst een tijd aan het zoeken, dan maak ik overgangstekeningen waarin ik het verdriet en de pijn van me afschilder. Tot ik een vorm heb gevonden die past, daar ga ik dan mee verder. Elke kleur, elke vorm is bewust gekozen en heeft een betekenis. Ik moet mijn passie volgen. Het gaat mis als mensen zeggen: Mooi, maar heeft u die ook in het geel?

 

In veel schilderijen komt een weg of pad terug. Ik ben geïntrigeerd door het pad dat de mens loopt. Welk pad kies je, of welk pad kiest jou? Sommige mensen komen niets tegen op hun pad, bij anderen zit hun weg vol bulten. Op de onderlaag schilder ik al die mogelijkheden, de bovenlaag verraadt de keuze.

 

Alles wat je schildert is biografie. De thema’s die me bezig houden, zijn te zien in mijn schilderijen en misschien herkenbaar voor anderen. Als dertiger waren mijn thema’s: De zin van het leven, de pijn om de scheiding, het kiezen van een carrière.

transformatie 2009
transformatie 2009
transformatie 2009

Als veertiger was ik bezig met status, mijn rol in de maatschappij, het zoeken van de commerciële lijn. Als vijftiger ben ik milder geworden, ook in mijn schilderijen. Ik schilder meer vanuit stilte, wil vreugde in de schilderijen brengen. 

 

Een bijzondere serie heb ik gemaakt rondom Tilly. Tilly was mijn geliefde. Een jaar lang, van 2009 tot 2010, heb ik van dichtbij het verwoestende proces meegemaakt van kanker waaraan zij tenslotte stierf, op 16 februari 2010.
De liefde ging ongekend diep, waardoor ik als een monnik rustig kon werken en schilderen, ondanks dat ik veel voor haar zorgde. Het schilderen was bijna als een meditatie, met thema’s als ontwaking en transformatie. Schilderijen met vlinders in vrolijke kleuren.
De kracht van het vrouwelijke stamt ook uit die periode. Voor mij is die kracht sterker dan het mannelijke. Vrouwelijk is naar binnen gericht, gericht op de werkelijke waarde: liefde.


Ik ben altijd geïntrigeerd geweest door schoonheid. Tegenwoordig wil ik in mijn schilderijen de zwaarte niet meer laten overheersen.


Ik wil warmte en liefde in de huiskamer brengen. Maar hoe mooi een schilderij er op het eerste gezicht ook uitziet, er gaat altijd een worsteling aan vooraf. Die worsteling vecht ik uit op de ondergrond. Ik werk altijd met lagen. De eerste laag is vaak chaotisch, vertegenwoordigt de turbulentie van het leven. Daaroverheen schilder ik dan het uiteindelijke schilderij. Als je goed kijkt, zie je de ondergrond er nog doorheen schemeren. Ondanks de zwaarte en de pijn die bij het leven hoort, overwint de schoonheid en de liefde.”

 

 

 

 

Tekst - juni 2011 - Judith van der Graaf