jo debije schildert

“Een schilderij is als een kind. Elk kind is anders. Ik hou niet van een hele serie van hetzelfde; elk nieuw verfding is een nieuwe uitdaging. Kleurrijk, moeilijk, boeiend, sprankelend.”

Jo Debije schildert, hij kan niet zonder: “De thema’s die me bezig houden, zijn te zien in mijn schilderijen. Thema’s die misschien ook voor anderen herkenbaar zijn. Alles wat ik schilder is biografie.”
Als 4-jarige gaat hij zo op in het tekenen van heksen en wilde dieren dat hij schrikt van zijn eigen schaduw. Als hij 13 is, verongelukt zijn broer, 16 jaar oud. Het tekenen en schilderen tilt hem uit het alledaagse. Als 18-jarige wil hij naar de kunstacademie maar daar zien zijn ouders geen brood in. In plaats van zijn innerlijke drang te volgen, studeert hij ergotherapie. Schilderen blijft zijn grote passie en in vrije uren is hij te vinden tussen doeken, verf, kwasten en stiften. Als achtereenvolgens groepsleider in een kindertehuis, marktkoopman en coach in de commerciële sector neemt hij volop deel aan het gangbare leven. Wanneer hij in de dertig is, keert het tij: in de crisis van een faillissement, een scheiding en een brand beginnen zijn productieve schilder jaren.
“Mijn inspiratie groeit met me mee. Toen ik dertig was, was het de zoektocht naar het oer. Naar dat wat mensen drijft, het vinden van de weg. Als veertiger was ik bezig met status, met mijn rol in de maatschappij. Nu schilder ik meer vanuit stilte en leg vreugde en warmte in de schilderijen. Ondanks de zwaarte die soms bij het leven hoort, wil ik laten zien dat schoonheid, kleuren en de liefde overwinnen.”In veel schilderijen komt een weg of pad terug. Debije is geïntrigeerd door het pad dat de mens loopt: welk pad kies je, of welk pad kiest jou? “Sommige mensen komen onderweg weinig tegen, anderen struikelen constant over de bulten. Op de onderlaag schilder ik al die mogelijkheden, de bovenlaag verraadt de uiteindelijke keuze.”
Debije wil warmte en liefde in de huiskamer brengen. “Hoe mooi een schilderij er op het eerste gezicht ook uitziet, er gaat altijd een worsteling aan vooraf. Die worsteling wordt uitgevochten op de ondergrond en is terug te zien in de – soms vele – lagen van elk schilderij. De eerste laag is vaak chaotisch en vertegenwoordigt de turbulentie van het leven. Daaroverheen komen één, twee, drie,… nieuwe lagen. De ondergrond blijf je zien. Het is zoals we getekend worden door ons levenspad: wat we meegemaakt hebben, dragen we mee. Ondanks de zwaarte en de pijn die bij het leven hoort, overwint de schoonheid en de liefde.”

Een bijzondere serie maakte hij rondom zijn geliefde Tilly. “Een jaar lang, van 2009 tot 2010, heb ik mogen zorgen en moeten toekijken hoe het verwoestende proces van kanker haar vernietigde. Het schilderen in die periode werd een meditatie, met thema’s als ontwaken en transformatie. De kracht van het vrouwelijke stamt ook uit die periode. Voor mij is die kracht sterker dan het mannelijke. Vrouwelijk is naar binnen gericht, gericht op de werkelijke waarde: liefde. Kunst gaat over de zin van het bestaan. De innerlijke dwang om te schilderen wint van al het andere.” Tekst met dank aan Judith van der Graaf

Al op de kleuterschool viel het op: Josie tekende mensen in plaats van bezemsteel-poppetjes. Niet zelden vroeg een (stage) juf of ze zo’n tekening mocht hebben. Haar middelbare school was een van de proefscholen waar ze tekenen als eindexamenvak kon kiezen. Opnieuw wilde een leraar een tekening. “De leraar maatschappijleer wilde het werk kopen dat ik naar aanleiding van een gedicht van Frederik van Eeden, de witte waterlelie, had gemaakt. Hij bood 75 gulden. Ik vond dat wel leuk natuurlijk, en toch wilde ik het niet kwijt. Het hangt nu nog steeds bij mijn moeder in de gang.” Eigenlijk wilde ze net als haar vader architect worden. Alleen met wiskunde boterde het niet zo en het werd kunstacademie. Onzeker als ze was, deed ze zowel in Breda, Rotterdam als Den Haag toelating. En… werd op alledrie aangenomen. Het werd grafisch ontwerpen aan De Koninklijke Academie. “Op de academie was ik vooral enthousiast tekenaar. Die leraar – meneer Webster – was heel inspirerend en aanmoedigend. Schilderen, daar kon ik toen niet zoveel mee.”
In die tijd hadden studenten nog recht op 7 jaar studiefinanciering. “Ik dacht, werken kan altijd nog. Dus plakte ik er na het behalen van mijn diploma nóg eens 2,5 jaar academie aan vast.” Ze mocht in de vakantieperiode alsnog toelating doen en stroomde in bij de afdeling beeld- en mediatechnologie, een richting van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Na haar examen daar werkte ze 13 jaar in de Hilversumse mediawereld als vormgever voor televisie en dvd. Daarnaast gaf ze acht jaar parttime les en begeleidde ze studenten Interaction Design en Game-design aan de HKU.

De rauwe oerkracht van de schilder en de verfijning van de tekenaar. Roer de kwaliteiten van hem en haar door elkaar en er ontstaat een Jo & Josie. Een eigen weg, een eigen stijl.